‘The first casualty, when war comes, is truth.’
Bovenstaand citaat werd in 1919 uitgesproken door de Republikeinse senator Hiram Johnson. De man stierf overigens op 6 augustus 1945, de dag waarop de VS hun eerste atoombom op Hiroshima dropte en de wereld het tijdperk van de Koude Oorlog werd ingesleurd.
Afgelopen maand zagen we hoe zowel de VS en Israël als Iran hun eigen narratief naar voren schoven, waarbij de waarheid vooral als schaamlapje diende. De blokkering van de Straat van Hormuz en het beschieten van energie-infrastructuur in de Golfstaten hebben hun doel niet gemist. De prijs voor een vat Brent-olie steeg in maart met 42% tot 104 dollar. Synchroon met de uitlatingen van de verschillende partijen in het conflict bewoog de prijs stevig op en neer.
Het gebeurt zelden, maar tijdelijk was WTI (de Amerikaanse West Texas Intermediate-olie) zelfs duurder dan Brent, dat in de Noordzee wordt opgepompt. Waarnemers wijzen erop dat de vraag naar Amerikaanse olie momenteel groot is, omdat die minder afhankelijk is van de verstoorde vaarroutes in het Midden-Oosten. Olie uit deze contreien volgt vooral de Brent-index.
Een tweede opvallende evolutie is dat de goudprijs, na een stevige rally, in maart met 10% daalde. Eigenaardig, want in tijden van geopolitiek stormweer geldt goud traditioneel als een veilige haven. De goudprijs wordt echter door meerdere factoren gestuurd. Na een stijging van 130% in de afgelopen twee jaar volgde afgelopen maand een klassiek “sell the news”-moment. Een aanval op Iran zat al grotendeels in de verwachtingen verrekend. Daarnaast hebben beleggers in periodes van verhoogde volatiliteit vaak nood aan extra liquiditeit, bijvoorbeeld om margin calls in de futureshandel op te vangen. In dat geval wordt net een sterk gestegen actief psychologisch makkelijker verkocht. Tegelijk verstevigde de dollar en steeg de lange rente — twee factoren die traditioneel slecht samengaan met goud. Op middellange termijn blijft de positieve these rond goud echter overeind. Zelfs wanneer de crisis rond Iran zich op korte termijn oplost, blijven er wereldwijd voldoende plaatsen waar de geopolitieke context koortsig blijft en de temperatuur dreigt op te lopen.
Wat verder opvalt, is dat — in tegenstelling tot wat de media doen vermoeden — van echte paniek op de markten geen sprake is. Toegegeven, bepaalde indices overschreden het correctieniveau, maar elke positieve interpretatie wordt door beleggers aangegrepen om opnieuw in te stappen. Dat zorgt voor de nodige bokkensprongen.
Ondanks een stijging van de olieprijs met bijna de helft, daalden de Euro Stoxx 50 en de S&P 500 respectievelijk met ‘slechts’ -9,26% en -5,1%. Dat is stevig, maar staat in schril contrast met de rampspoed die het nieuws vaak suggereert. Beleggers reageren al bij al vrij stoïcijns op de pikante gerechten die hen worden voorgeschoteld.
Velen rekenen erop dat de nakende verkiezingen in november een mogelijke levensverzekering vormt voor het spoedig afwikkelen van deze oorlog. Het grote vraagteken blijft echter hoe koel de hoofden zullen blijven. Hoe groter de schade aan energie-installaties in de regio, hoe langer de aanbodschok kan aanhouden en hoe hoger de olieprijzen structureel blijven. Dat werkt door in de lange rente — een factor waarvan ook Donald Trump zich bewust is. We hopen dan ook dat hij zich niet te ver het moeras laat inzuigen.
Maar zoals altijd bij correcties ontstaan ook kansen. De markt heeft al voor hetere vuren gestaan: 2008, 2011, 2020 en 2022 waren geen uitzonderingen, maar leerscholen.
Beleggers die hun hoofd koel houden, nemen betere beslissingen. Wie dat doet, hoeft achteraf minder te blussen.

