Ondanks het geopolitieke cowboyklimaat startte januari ongenadig sterk, om tegen het einde van de maand af te koelen. De eindbalans was positief met een stijging van de S&P 500 op maandbasis van +1,37%. De tijd dat goud aanzien werd als een bibberbarometer, ligt al een tijd achter ons. In januari steeg de prijs voor het edelmetaal met maar liefst 13,4% en dat na een ongemeen sterke prestatie in 2025. Nog extremer was het gesteld met de zilverprijs die op maandbasis maar liefst 47,6% aandikte. In plaats van de vroegere veilige haven, lijken beide edelmetalen meer en meer op speculatieve speeltjes te lijken.

Onder de motorkap woelt het echter al een tijdje en zien we een duidelijke K-formatie. Hiermee bedoelen we dat bedrijven in winnende sectoren geld blijven aantrekken, terwijl bedrijven die minder goed presteren dan verwacht meer dan ooit in de ramsj worden geplaatst.

Die onderliggende tweedeling wordt bovendien versterkt door structurele veranderingen in de manier waarop de markt vandaag functioneert. Computertrading speelt daarin een steeds grotere rol. Algoritmes reageren op volumes, prijzen en trends en schakelen emoties en overtuigingen over de fundamentals van een bedrijf uit. Steunlijnen worden daarbij vaak doorbroken. Algoritmes initiëren zelden het probleem, maar versterken het wel aanzienlijk.

Het zijn daarbij niet noodzakelijk de panikerende particuliere beleggers die verkopen. Integendeel. ETF’s en indexfondsen worden gedwongen om automatisch te verkopen wanneer wegingen wijzigen. Quant funds die momentum- en factorstrategieën volgen, moeten aandelen die zwak presteren uit hun portefeuille verwijderen, simpelweg omdat hun eigen regels dat voorschrijven. Hedgefondsen gaan zonder veel overtuiging short op slecht presterende aandelen of sluiten agressief hun longposities.

Zodra een aandeel sterk daalt, wordt dat vaak opgepikt door gespecialiseerde media, wat het negatieve sentiment verder voedt. Het kan dan enige tijd duren vooraleer die neerwaartse spiraal tot stilstand komt.

Een uitverkoop in een specifiek aandeel is bovendien niet altijd te wijten aan tegenvallende resultaten. Vaak speelt ook de angst voor disruptie een doorslaggevende rol. De daling in software-aandelen vorig jaar zette zich begin dit jaar verder. Bedrijven als Wolters Kluwer, SAP en Salesforce kregen ook bij matige tot degelijke resultaten rake klappen. De vrees dat artificiële intelligentie hun businessmodel zal uithollen, volstaat om deze aandelen tegen bijna eender welke prijs buiten te gooien.

Nochtans kan generatieve AI, die vooral taken automatiseert, moeilijk vergeleken worden met de economische slotgrachten van klantenbinding en gesofisticeerde dienstverlening die deze bedrijven kenmerken. Maar toch: beleggers haten onzekerheid en niemand weet precies tot hoe ver de AI-revolutie zal gaan.
Zeker, AI verandert het speelveld en de concurrentie wordt intenser. Maar veel slecht nieuws lijkt intussen al verrekend in de koersen. AI zal bedrijven met eenvoudige software uit de markt halen, maar complexere software zit vaak diep ingebed in bedrijfsprocessen en die vervang je niet zomaar. Bedrijven zullen zich moeten aanpassen.

Naast het algoritmisch handelen versterkt ook de competitiedrang tussen fondsenhuizen de scherpe terugvallen. Fondsbeheerders worden constant vergeleken met hun peers en kiezen dan vaak (maar niet altijd) om de huidige priced-to-perfection-darlings te omarmen en lastposten te dumpen.
In zulke markten volstaat vaak één beperkt positief signaal om het sentiment te doen kantelen en de cyclus om te keren. Net dan wordt het verschil gemaakt tussen wie het momentum gevolgd heeft en wie de discipline heeft bewaard.

Wij helpen je graag verder

Neem vandaag nog contact met ons op.