In het Oudnederlands werd februari ook wel de sprokkelmaand genoemd. Dat lijkt een toepasselijke benaming voor wat beleggers momenteel meemaken. Op de laatste dag van de maand moesten zij hun moed bij elkaar sprokkelen voor iets waarvan al langer werd vermoed dat het eraan zat te komen: de Verenigde Staten en Israël hebben besloten het islamofascistische ayatollahregime in Iran militair aan te vallen.
Trump en Netanyahu, de Bonnie & Clyde van het huidige geopolitieke toneel lijken daarmee voluit te kiezen voor de meest risicovolle gok van hun ambtstermijn. Zoals bij elke gok met hoge inzet gaat dat gepaard met grote risico’s, maar ook met de kans op een stevige beloning: een eervolle plaats in de geschiedenisboeken, tot meerdere glorie van hun niet onaanzienlijke ego’s. Het waarborgen van de internationale veiligheid lijkt daarbij vooral als schaamlapje te dienen om hun tanende populariteit voor de nakende verkiezingen op te poetsen.
Minder voorspelbaar dan de aanval zelf is de snelheid waarmee het conflict escaleert. Beide leiders lijken niet meteen over een duidelijk plan te beschikken. Een regimewissel zou volgens hen van onderuit moeten komen. Dat is opmerkelijk, want in Venezuela werd een andere strategie gevolgd. Vermoedelijk heeft de taaiheid van het Iraanse regime hier veel mee te maken.
Het Iraanse regime vecht intussen een strijd op leven en dood uit, en een kat in het nauw maakt rare sprongen. In korte tijd lijken ook de soennitische Golfstaten door de Iraanse aanvallen in het conflict te worden meegezogen. Daarbovenop komt de dreiging om schepen te enteren die door de Straat van Hormuz varen. Iran duwt duidelijk waar het pijn doet: op onze economische slagader.
De olieprijzen, en vooral de gasprijzen, schieten omhoog. Het grootste economische slachtoffer daarvan lijkt Europa te worden. Ons continent is immers sterk afhankelijk van energie-import. Sinds de Russische invasie van Oekraïne is de aanvoer van goedkoop Russisch olie en gas weggevallen, waardoor Europa zich steeds meer bevoorraadt met LNG uit onder meer Qatar. Inmiddels heeft die Golfstaat zijn productiefaciliteiten stilgelegd na droneaanvallen vanuit Iran.
De stijgende energieprijzen zullen tijdelijk leiden tot een negatieve aanbodschok. Olie en gas zijn immers cruciale inputs voor industriële productie. Bedrijven zullen die hogere kosten, waar mogelijk, doorrekenen waardoor de consumentenprijzen zullen stijgen. Het echte groeiremmende effect ontstaat pas wanneer stijgende inflatie langdurig aanhoudt. Voorlopig gaan we er echter van uit dat de verkiezingen in beide landen een matigend effect zullen hebben op de beslissingen van beide heren. Trump beseft maar al te goed dat een toestroom van ‘body bags’ de Republikeinen zware electorale schade kan berokkenen bij de tussentijdse verkiezingen in november. De doelstelling lijkt daarom eerder te bestaan uit het verder verzwakken van het Iraanse regime – het letterlijk terugbombarderen naar een prehistorisch niveau – in de hoop dat interne onrust en guerrillatactieken van de lokale bevolking uiteindelijk een regimewissel kunnen uitlokken. Zo zouden beide leiders uitzicht krijgen op een min of meer elegante exit.
De geschiedenis leert echter dat Amerikaanse buitenlandse interventies sinds de jaren zestig lang niet altijd succesvol zijn geweest. Als zoon- of dochterlief met een dergelijk rapport thuiskomt, wordt hij of zij meteen op het ezelsbankje geplaatst.
Intussen zal dit conflict de markten blijven domineren en voor aanzienlijke koersschommelingen zorgen, waarbij vooral de Europese markten onder druk zullen staan. Omdat we uitgaan van een conflict dat hooguit drie tot vier maanden zal aanslepen, verwachten we voorlopig geen structurele economische schade die verschillende regio’s in een recessie kunnen duwen.
Maar zekerheid bestaat niet. We kunnen immers niet in het hoofd van de protagonisten kijken. Hun motieven kunnen we proberen te raden, maar misschien is het maar goed dat we nooit volledig in elkaars hoofd kunnen kijken. Of zoals de 17e-eeuwse wiskundige en filosoof Blaise Pascal schreef:
« Le cœur a ses raisons que la raison ne connaît point. »
Deze beroemde zin komt uit zijn werk Pensées en betekent dat er motieven en intuïties bestaan die buiten het bereik van de zuivere rede liggen.

