Gedreven door uitzonderlijk sterke bedrijfsresultaten scherpten de aandelenmarkten voor de tweede maand op rij hun recordniveaus aan. De zorgen over de rommelige geopolitieke context en de hieruit voortvloeiende stijgende energieprijzen, lijken een schim uit het verleden. De S&P 500 won in mei 5,15%, terwijl de Nasdaq Composite 8,3% aandikte. Met aandelen die minder momentum bezitten, probeerde de Euro Stoxx 50 zijn wagonnetje aan te koppelen en koerste 2,87% vooruit. Het contrast illustreert een markt die op twee snelheden draait.

De sterke prestatie wordt ondersteund door een uitzonderlijk resultatenseizoen. De winstgroei van Amerikaanse bedrijven bedroeg in het eerste kwartaal maar liefst 28%. Dergelijke cijfers zien we doorgaans enkel wanneer de economie uit een recessie klautert. Opvallend is dat ongeveer de helft van die winstgroei rechtstreeks of onrechtstreeks kan worden gelinkt aan de enorme investeringen die Alphabet, Microsoft en Amazon doen om voldoende AI-rekenkracht uit te bouwen. Hun aanzienlijke kasreserves en operationele cashflows worden daarvoor vrijwel volledig aangesproken, aangevuld met tientallen miljarden dollars aan nieuwe schulden en kapitaalverhogingen.

De halfgeleidersector behoort vanzelfsprekend tot de grootste winnaars van deze investeringsgolf. Maar ook tal van kleinere AI-bedrijven liften mee op het enthousiasme, vaak op basis van een narratief dat sterker is dan hun huidige bedrijfsresultaten.

Van een techsprookje, lijkt het ecosysteem rond AI tot een macro-economisch verhaal te vervellen. De investeringen doperen de BBP-groei, maar voeden ook de inflatiedruk. De toenemende energiehonger van datacentra doet de elektriciteitsconsumptie over de plas, na jaren van stagnatie, opnieuw stijgen.

In het kielzog van deze ontwikkeling doen zakenbanken als JPMorgan, Goldman Sachs en Morgan Stanley gouden zaken. Heel wat bedrijven proberen het momentum te benutten nu de sluizen van de kapitaalmarkten wagenwijd openstaan. Zowel de IPO-markt als het aantal fusies en overnames draait op volle toeren. In mei was het de beurt aan Cerebras, een AI-bedrijf dat beweert met zijn technologie twintig maal snellere prestaties te leveren dan Nvidia, om naar de beurs te trekken.

De grootste test volgt op 12 juni met de beursgang van SpaceX, de grootste IPO ooit. Het bedrijf van Elon Musk trekt naar de beurs tegen ronduit spectaculaire waarderingen van 75 tot 100 maal de omzet. SpaceX wil 75 miljard dollar ophalen, wat neerkomt op een waardering van 1.500 tot 2.000 miljard dollar. Meer dan twintig zakenbanken begeleiden de operatie. Het belang ervan is zo groot dat zelfs Jamie Dimon, CEO van JPMorgan, wordt ingezet om het ruimtevaartbedrijf persoonlijk aan te prijzen bij de belangrijkste vermogende klanten van de bank. Toch krijgt de operatie in aanloop naar de beursgang een tegenvaller te verwerken. Er werd beslist om SpaceX niet onmiddellijk op te nemen in de S&P 500-index. Daardoor valt een potentiële instroom van miljarden dollars uit passieve indexfondsen en ETF’s weg. Hetzelfde geldt voor Anthropic, dat later dit jaar zijn beursdebuut maakt.

Dit is uiteindelijk goed nieuws. De geruchten dat beide bedrijven niet de gebruikelijke rijpingsperiode van 12 maanden nodig hadden om tot de eliteclub toe te treden, riepen vragen op over favoritisme. De kans blijft overigens groot dat het trio de schifting na één jaar zal halen.
Voor passieve beleggers heeft die evolutie echter ook een keerzijde. Zodra deze bedrijven worden opgenomen, zal het gewicht van de technologiesector in de grote aandelenindices verder toenemen. De concentratierisico’s, die vandaag al historisch hoog zijn, zullen daardoor nog verder oplopen. Zolang de AI-boom aanhoudt, lijkt dat geen probleem. Maar wanneer het enthousiasme afneemt, kan diezelfde concentratie de verliezen aanzienlijk versterken.

Wij helpen je graag verder

Neem vandaag nog contact met ons op.