De Amerikaanse bulldozerdiplomatie richting de wereldhandel deed de markten zeven maanden geleden kort maar krachtig corrigeren. Dat de soep uiteindelijk niet zo heet werd gegeten, zette beleggers ertoe aan in ijltempo op de koopknop te duwen. In november kregen we een kleine herhaling in de vorm of een aanzet tot een correctie op alles wat ook maar sporen van AI bevatte. De aanleiding waren verklaringen van enerzijds Michael Burry — de moderne messias die de verwoesting van rommelkredieten op de Amerikaanse hypotheekmarkt vóór 2008 voorspelde — en anderzijds Jim Chanos, die aan het licht bracht dat Enron rond de eeuwwisseling een instortend kaartenhuis was. Zij kondigden aan dat ze actief aandelen als Palantir en Nvidia gingen shorten. Tegelijk meldde hefboomfondsbeheerder Peter Thiel dat hij zijn volledige positie in Nvidia zou verkopen.
Naast overwaardering beschuldigen Burry en Chanos Nvidia en OpenAI van circulaire financiering, een praktijk waarbij een leverancier (in dit geval vaak Nvidia) aandelenposities inkoopt bij zijn afnemers of geld aan hen leent. Dat geld vloeit uiteindelijk terug naar Nvidia via de aankoop van diens GPU-chips. Een volledig atol van bedrijven en start-ups heeft zich rond Nvidia gekorst. Een ecosysteem waaronder enkele bedrijven eerder doen denken aan hobbyclubs voor duivenliefhebbers of postzegelverzamelaars: ze hebben amper operationele activiteiten en maken intussen schulden die ze financieren met extra aandelenuitgiftes. Indien enkele van die zwakke schakels zouden breken onder een kortstondige groeikramp, dreigt dit over te slaan naar andere, minder zwakke schakels.
Een crisis verspreidt zich vaak als een tetanusinfectie door het hele lichaam. De markten hadden in november twee weken last van winstnemingen. De Nasdaq Composite verloor 7,85% voordat de markt het welletjes vond. Uiteindelijk eindigde de index 1,5% in het rood over november: een woeligheid die je nog niet kan vergelijken met het effect van een bruistablet paracetamol in een glas water.
Feit is wel dat het ongebreidelde vooruitgangsoptimisme rond AI de eerste haarscheurtjes begint te vertonen. Bedrijven als Microsoft, Amazon en Google zullen dit jaar zo’n 250 miljard dollar investeren in rekenkracht om AI-modellen te testen. Afnemers zijn andere AI-bedrijven, maar ook overheidsinstellingen en ondernemingen allerhande die willen profiteren van toekomstige productiviteitswinsten. De Boston Consulting Group berekende dat na drie jaar slechts 5% van de bedrijven een betekenisvol resultaat haalt uit hun AI-investeringen. Onder betekenisvol verstaan we niet extra vakantiedagen voor medewerkers, maar omzetgroei, kostenreductie of verbetering van de cashflow. Dat is mager, en het doet steeds meer professionele beleggers twijfelen aan de massale investeringen die vandaag gebeuren. We blijven geloven in het potentieel van de technologie, maar zoals bij elke vernieuwing zal de ontwikkeling met horten en stoten verlopen.
De minicrisis van november vertoonde nauwelijks besmetting naar andere sectoren. Feit is dat de rotatie van groeiaandelen naar saaiere, meer value-gerichte aandelen al enkele maanden bezig is, zij het in een bijna geluidloos tempo. Groeiaandelen lijken op dit moment enkel nog overeind te blijven door de hoop op extra renteverlagingen. Tegelijk is het rentepad dat de Federal Reserve in 2026 wil bewandelen onder een dikke laag smog bedekt.
Na jaren van stilstand zou 2026 wel eens het jaar kunnen worden waarin die goede oude value-aandelen worden herontdekt.

