Het gebeurt wel vaker dat de markten niet het verwachte scenario volgen en september vormde daarop geen uitzondering. Ondanks verdere stress op de Amerikaanse obligatiemarkten kon de Nasdaq Composite 1,86% in waarde toenemen. Dat is op zijn minst opmerkelijk omdat vooral groeiaandelen harder geraakt worden door rentestijgingen. Indices die minder technologie bevatten, zoals de S&P 500 en de Euro Stoxx 50, daalden dan weer wel met respectievelijk 0,45% en 2,35%.
De maand werd nochtans gekleurd door de oproep van de CEO’s van Anthropic en OpenAI om het tempo van AI-ontwikkeling te vertragen na een reeks veiligheidsincidenten. Het bezorgde de technologiesector een kortstondige rilling. Nu de strijd om AI is uitgegroeid tot een geopolitieke wedloop om technologische dominantie – vergelijkbaar met de ruimtevaart in de jaren ’50 en ’60 – staan er te veel belangen op het spel. Het grote verschil met toen is dat de Verenigde Staten nu niet met de Russen, maar met de Chinezen wedijveren. President Trump wou van een pauze niet weten en kreeg daarbij luid bijval van Jensen Huang, CEO van Nvidia en de belangrijkste hoofdrolspeler in het AI-ecosysteem.
Het resultaat is enigszins bijzonder. In plaats van strikte nieuwe regelgeving kiest Washington voor een makkelijke oplossing: de sector mag zich zelf reguleren. Net alsof je een bende pyromanen in een tankstation een doos lucifers geeft en hen vervolgens vraagt er verstandig mee om te springen. Voorlopig volstaat dat om de AI-sector, die op basis van de verwachte winstgroei optisch goedkoop is, van verse brandstof te voorzien en de rally voort te zetten.
Bedrijfsinvesteringen voeden mondiale BBP, maar ook de rentestand
De nood aan bijkomende financiering van de grote techbedrijven en de hardnekkige inflatie lijken vooral Europa midscheeps te treffen. De Franse rente op 10 jaar nadert de 5%. Die rente wordt gevoed door een cocktail van oplopende inflatie, historisch hoge overheidsschulden en een zwakke reële economische groei. Een rentesneeuwbal maakt de noodzakelijke besparingsoefeningen voor verschillende nationale overheden des te moeilijker en pijnlijker.
Dat het nu al nijpt, blijkt uit de aanhoudende protesten. Het zijn echo’s van een brede middenklasse die vreest opnieuw het gelag te moeten betalen. Daarnaast kijkt de markt met toenemende argwaan naar de Franse presidentsverkiezingen van volgend jaar. Indien de peilingen kloppen, nemen de twee uitersten van het politieke spectrum het tegen elkaar op in de tweede ronde. Een toestand die de financiële markten, die zweren bij zekerheid, zenuwachtig maakt.
De spread tussen de Franse en Duitse tienjaarsrente bedraagt intussen ongeveer 130 basispunten. Die spread kan zeker nog verder oplopen, maar in tegenstelling tot wat sommige doemdenkers beweren, staan we daarmee nog niet aan het begin van een nieuwe Europese staatsschuldencrisis. We kunnen momenteel enkel spreken van oplopende spanning. Zelfs wanneer de situatie verder zou verslechteren, zijn de mogelijke gevolgen vandaag beter beheersbaar dan vijftien jaar geleden.
De ECB beschikt over meer instrumenten om in te grijpen, al betekent dit niet dat Frankfurt zomaar een blanco cheque voor Frankrijk zal uitschrijven. De stijgende rentes blijven ook niet zonder gevolg voor de traditionele banken. Enerzijds profiteren zij dankzij hogere rentemarges. Maar anderzijds daalt de waarde van hun gigantische portefeuille overheidsobligaties. Stijgende rentes leiden tot boekhoudkundige verliezen en kunnen bankaandelen onder druk zetten. Dat hoeft echter niet automatisch te wijzen op een solvabiliteitsprobleem. De kapitaalbuffers van de Europese banken zijn anno 2026 aanzienlijk steviger dan tijdens de eurocrisis vijftien jaar geleden.
De obligatiemarkt heeft met andere woorden de muziek wat zachter geplaatst en het valt af te wachten of de aandelenmarkt dit ook hoort. Meer volatiliteit de komende maanden zou dan ook perfect logisch zijn. Maar elke (tussentijdse) daling biedt op middellange termijn mooie beleggingsopportuniteiten. Wanneer de muziek even stopt, ontstaan vaak de beste kansen om nieuwe posities in te nemen.

