De eerste zes maanden zitten erop en dan is het traditioneel tijd om een tussentijdse balans op te maken. Meteen halen we ook onze beste versie van Madame Blanche boven door even te piepen wat de tweede jaarhelft mogelijk brengt.

De afgelopen zes maanden toonden de markten een fenomenale veerkracht. Een niet geheel onverwachte aanval op Iran deed de energieprijzen pieken, maar dit kon de pret en het vooruitgangsoptimisme niet temperen.

De Nasdaq Composite en de S&P 500 breiden een vervolg aan hun winstbonanza en werden tijdens de eerste 181 dagen respectievelijk 12,8% en 9,6% meer waard. Stijgende rentes en dito energieprijzen konden de pret niet drukken. De bedrijfswinsten waren fenomenaal, maar werden vooral gedreven door gigantische investeringen in artificiële intelligentie. De winstgroei was zelfs sterker dan de koersstijgingen, waardoor er geen sprake was van multiple-expansie. De concentratie op de beurs nam opnieuw toe en met de komst van SpaceX wordt het nog moeilijker om dat effect te milderen. Maar ook het technologiearme en trager groeiende Europa profiteerde van de nodige beleggersaandacht. Het uitdunnende legioen van valuebeleggers lonkt naar onze regio om er hun centen te parkeren.

Maar echt boeiend wordt het wanneer we richting het oosten kijken waar de onderliggende verschillen groot zijn. Zeker nu de globalisatiegedachte verder afbrokkelt, mogen we steeds grotere koersverschillen tussen de regionale grootmachten verwachten.

Aan de ene kant van het spectrum zien we de Japanse Nikkei tegen een verschroeiend tempo met bijna 40% in waarde stijgen, ondersteund door een zwakke Yen, corporate governance-hervormingen en het economische stimuleringsbeleid van premier Sanae Takaichi. Aan de andere kant van het spectrum zien we de Indiase beurs met zo’n 9% dalen onder druk van de IT-sector en buitenlandse beleggers die hun geld liever in veiligere oorden parkeren.
In China zien we een duidelijk verschil tussen de Hang Seng, die aandelen bevat die in Hong Kong noteren, en de CSI300. De Hang Seng verloor 10% aan waarde. De index bevat relatief veel internet- en vastgoedbedrijven, twee sectoren die momenteel niet in de gunst van beleggers staan. De CSI300, die voornamelijk bedrijven op het Chinese vasteland omvat, kon daarentegen met 7,5% stijgen. De context van de Chinese economie overtuigt nog steeds niet: de vastgoedcrisis sluimert voort en de zwakke binnenlandse consumptie zorgt voor deflatiedruk.

Hoewel de inflatiepiek achter ons lijkt te liggen dankzij de dalende energieprijzen, denken we dat de inflatie nog een tijd boven de doelstelling van 2% zal kamperen en centrale bankiers nerveus zal houden. Kwaliteitsvolle obligaties met een korte looptijd lijken daar tijdens de tweede jaarhelft dan ook wel bij te varen.

Ook de Amerikaanse dollar zien we eerder stevig blijven ten opzichte van de euro, simpelweg omdat de Amerikaanse economie sterker groeit dan de Europese. Opvallend is dat de dollar niet langer alleen wordt ondersteund door een hogere beleidsrente, maar ook door AI-investeringen. De wereldwijde kapitaalstroom richting Amerikaanse technologiebedrijven creëert immers een extra vraag naar dollars. Zolang beleggers Amerikaanse AI-bedrijven als het manna op aarde beschouwen, zal de dollar een belangrijke rugwind behouden ten opzichte van de euro. Toch denken we dat de nervositeit over de enorme AI-investeringen in de tweede jaarhelft zal toenemen. Geleidelijk aan ontstaat een echt ‘show me the money’-effect. Zolang de winsten de torenhoge verwachtingen kunnen waarmaken, is er geen vuiltje aan de lucht. Pas wanneer er zand in de machine komt, kan de dollar een deel van zijn aura verliezen.

Wanneer dat moment aanbreekt, is het tijd voor afgestrafte (sub)sectoren, zoals softwarebedrijven, consultancy, media en gezondheidszorg, om uit het strafbankje te kruipen. Ook defensievere sectoren, zoals de klassieke nutsbedrijven, en een grotere blootstelling aan Europese en Indiase aandelen komen dan opnieuw in beeld.

Een risico zien we wel in de hoge winstverwachtingen voor de tweede jaarhelft, zeker wat Europa betreft. De markt verwacht een gemiddelde winstgroei van 14% voor Europa tijdens de tweede jaarhelft. Dat lijkt ons alvast geen makkelijke kaart voor een regio die nog steeds voornamelijk grossiert in traditionelere sectoren.

Waar goud tijdens de eerste jaarhelft 7,3% van zijn glans verloor, blijft het edelmetaal een belangrijke rol spelen in een gediversifieerde portefeuille. Toch oogt het momentum voorlopig zwak door de sterkere dollar. Indien het eerder besproken ‘show me the money’-effect zich daadwerkelijk manifesteert, zien we het momentum voor goud opnieuw aan kracht winnen.

Of Madame Blanche gelijk krijgt, weten we binnen zes maanden. Als alle voorspellingen uitkomen, noemen we onszelf met plezier visionair. Zo niet, dan geven we de geopolitiek de schuld en verkopen we onze glazen bol op Vinted.

Wij helpen je graag verder

Neem vandaag nog contact met ons op.